MEER DIVERSITEIT IN LANDBOUW EN VOEDING OPPORTUNITEITEN VOOR ALTERNATIEVE GRANEN EN PSEUDOGRANEN IN VLAANDEREN
Type de document
report
Langue source
Anglais
Titre français
Titre anglais
Altergrain-RAPPORT.pdf
Auteur(s)
- LINSSEN S.
- BRUSSELLE J.
- CHRISTIAENS A.
Editeur(s)
Autre(s)
Id
NIAXQGLU
Version
3119
Date ajout
22 décembre 2020 18:15
Date modification
22 mars 2021 09:37
Résumé anglais
De consument toont de laatste jaren meer bewustzijn wanneer het aankomt op zijn voeding. Dit
vertaalt zich in verschuivingen in zijn voedingspatroon met meer aandacht voor de herkomst,
diversiteit en authenticiteit. In de hoop in te kunnen spelen op deze nieuwe voedingstrend,
werden
aan de hand van het driejarige PWO-project Altergrain aan HOGENT de opportuniteiten
van de alternatieve granen en pseudogranen binnen Vlaanderen onderzocht. Hierbij werd een
volledige ketenbenadering toegepast, met de focus op de teelt van de alternatieve granen en
pseudogranen, hun technologische eigenschappen, de nutritionele waarden en werd er naar de
interesse van de consument gepeild aan de hand van een consumentenenquête.
De alternatieve granen die onderzocht werden, zijn de tarwes eenkoorn (Triticum monococcum),
emmer (Triticum dicoccum) en khorasan (Triticum turgidum spp. turanicum); de glutenvrije
pseudogranen
boekweit (Fagopyrum esculentum), amarant (Amaranthus linnaeus) en quinoa
(Chenopodium quinoa); en het glutenvrije graan teff (Eragrostis tef). Kijkend naar de volledige
keten, wordt de grootste kans op succes gevonden bij de tarwes eenkoorn en emmer. Ze bleken,
in tegenstelling tot de derde tarwe khorasan, weinig ziekte- en insectengevoelig. Door hun langer
stro echter, verhoogt de kans op legering, wat door een niet aangepaste N-bemesting in de hand
wordt gewerkt. Verder moeten deze tarwes na de oogst gepeld worden, wat zorgt voor een verlies
van 30 – 40%. De min. en max. bruto-opbrengsten die over de drie projectjaren in uiteenlopende
omstandigheden (zomer- en winteruitbating, verschillende grondsoorten én weersomstandigheden)
behaald werden, bedroegen 2 – 8 ton/ha voor eenkoorn; 3 – 9 ton/ha voor emmer; en
1 – 3 ton/ha voor khorasan (moet niet gepeld worden). Deze opbrengsten gelden voor een teelt
onder conventionele omstandigheden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in deze
teelten is echter nog niet toegestaan. De aanvraag tot erkenning is voor bepaalde middelen wel al
ingediend. Emmertarwe en eenkoorn kunnen door de landbouwer enkel rendabel geteeld worden
als een belangrijke meerprijs in vergelijking met conventionele tarwe kan gegenereerd worden.
Het pseudograan quinoa wordt al biologisch geteeld binnen België waardoor de focus van het
Altergrain-project werd gelegd op een herbicidenscreening. Veelbelovende resultaten werden
behaald met de combinatie chloridazon + ethofumesaat in vooropkomst, gevolgd door verschillende
naopkomst toepassingen (bv. fluazifop-butyl of clethodim). Ook hier geldt dat er nog geen
erkenningen zijn van deze middelen in België. Het is mogelijk om quinoa vandaag rendabel te
telen, met Quinobel als Belgische voortrekker hiervan. De teeltresultaten voor de gewassen teff,
amarant en boekweit waren minder veelbelovend. Door hun thermofiel karakter en de nood aan
een late zaai kennen zij een zeer hoge onkruiddruk. Verder wordt de teelt gekenmerkt door een
zeer ongelijke en, voornamelijk bij amarant, een te late afrijping. In het geval van teff werden
inzake chemische onkruidbeheersing hoopgevende resultaten verkregen maar is verder onderzoek
noodzakelijk.
Vanuit technologisch standpunt bleek het pellen van eenkoorn en emmer een van de belangrijkste
aanpassingen die doorgevoerd moeten worden bij de teelt van deze tarwes in vergelijking
met moderne tarwe. Voor het pellen van emmer werden goede resultaten behaald met
een speltpeller. Voor eenkoorn moet deze stap echter nog verder geoptimaliseerd worden. Qua
baktechnische karakteristieken vertoonden eenkoorn, emmer en khorasan een zwakke glutenkwaliteit
(Zeleny < 30 ml) en een hoge waarde voor het valgetal (> 250 s). Er werd ook een sterke
volumedaling gezien bij de gebakken broden o.b.v. meel van alternatieve granen. De glutenvrije
pseudogranen en teff werden gemengd met meel van moderne baktarwe in een 20/80 verhouding,
terwijl broden van eenkoorn, emmer en khorasan uitsluitend meel van deze tarwes
bevatten.
Nutritioneel bleken de korrels van alternatieve granen een hoger eiwitgehalte te bevatten dan
moderne tarwe en een lager zetmeelgehalte. Teff vormde hier echter een uitzondering op. Verder
werd in alle alternatieve gewassen een hoger mineraalgehalte gedetecteerd, alsook een
hoger gehalte aan ruw vet. Omwille van de grote spreiding tussen de gewassen en rassen, kon
er geen eenduidige conclusie getrokken worden i.v.m. het gehalte aan voedingsvezels. Voor een
gezond persoon is er op niveau van het eetpatroon geen nutritionele meerwaarde door gebruik
van alternatieve granen in plaats van moderne broodtarwe.
Uit de consumentenenquête, uitgevoerd bij 303 respondenten, bleek het overgrote deel nog
nooit gehoord te hebben van “oergranen”. Toch stijgt de globale markt en is er dus de mogelijkheid
om, voornamelijk binnen een korte ketenbenadering, hierop in te spelen. De grootste
uitdaging zal liggen bij het creëren van een meerwaarde die de consument bereid is te betalen.
“Lokaal Brood” is een HOGENT-onderzoek dat in 2019 van start zal gaan en zich zal focussen
op de mogelijkheden van dergelijke korte ketensamenwerking tussen landbouwer, molenaar
en bakker. Mogelijke smaakverschillen, de lokale herkomst, het verhaal errond en het mogelijk
ecologisch effect zouden hier elementen van succesvolle producten kunnen gaan vormen.
Note
None
CRAW tags
- AB - Modalité bio
- FREDO alimentation humaine
- FREDO qualité des produits
- FREDO étude des variétés
- GEO Belgique
- GEO Flandre
- céréale
- quinoa
- sarassin
- triticale
WEB tags
Date caractères
2019
Date publication
1 janvier 2019